Ondergronds

Technische haalbaarheid ondergronds

Grondkabel

Het Nederlands kabelbedrijf Prysmium heeft een nieuwe 400kV grondkabel ontwikkeld en goedgekeurd, aldus een persbericht van 26 januari 2016. Deze kabel is 20 a 30 % goedkoper dan de gebruikelijke 380kV grondkabels. De kabel is geheel van aluminium en is dus lichter en goedkoper dan kabels met een koperen kern en een loodmantel.Dat de kabel lichter is, betekent ook dat het leggen van de kabel in het veld ook gemakkelijker en dus goedkoper is. TenneT past deze kabel toe in haar project ‘Randstad380-kV Noordring’, met een totale lengte van  ca. 9 km.

Wereldprimeur Prysmiumkabel 400 kV

IJskoude superkabel van Tennet (Website)

Kosten ondergronds

Specificatie van kosten op basis van juiste en meest recente gegevens

De in de Quickscan van Tennet beschreven meerkosten voor ondergrondse verkabeling roepen veel vragen op, omdat iedere specificatie ontbreekt. Ook het daarbij gehanteerde uitgangspunt van een eindsituatie van een 4 circuits verbinding is twijfelachtig, gezien de huidige en de te verwachten energieproductie in de Eemshaven. Wanneer kosten als een keuzecriterium wordt gehanteerd, dan is het logisch dat deze kosten gespecificeerd worden. Dit kan bijv. door een gemiddelde kilometerkostprijs voor ondergronds en bovengronds te berekenen. Deze gemiddelde kostprijzen zijn bekend bij Tennet.

Voordat een keuze gemaakt wordt moeten in ieder geval antwoorden komen op de volgende vragen:
Op welke aannames zijn de aangegeven kosten gebaseerd? Is hier rekening gehouden met kortere en rechtstreekse ondergrondse tracés en de recentste technische ontwikkelingen? Hoe verhoudt dit zich tot de kosten van de compensatiemaatregelen voor landschap en natuur en de verkapitalisering hiervan? Hoe verhouden de afschrijvingen, de onderhoudskosten en de levensduur van een bovengrondse leiding zich ten opzichte van die van een ondergrondse kabel? Hoe kan het dat er gerekend wordt met de maximaal mogelijke energieproductie in de Eemshaven, terwijl daar de werkelijke energieproductie vele malen lager ligt? Ligt het bijvoorbeeld niet meer voor de hand dat een belangrijk deel van de extra te produceren energie naar de in de haven gevestigde grootafnemers gaat, zoals Google?

 

Milieu- en maatschappelijke kosten

En hoe zit het met de kosten die niet in geld uit te drukken zijn, zoals de lokale leefbaarheid voor mens en natuur? Daar wordt door het ingenieursbureau Tauw (opdrachtnemer Quickscan) wel erg snel en makkelijk aan voorbij geschreven. Een dergelijke afweging van financiële kosten tegen milieu- en maatschappelijk kosten is lastig, want aan welke onderliggende uitgangspunten ken je de meeste waarden toe? Eén ding is zeker. De milieukosten en maatschappelijke kosten continueren bij bovengronds over de volle 50 jaar (zoals ca. 300 vogelaanvaringen per kilometer per jaar en de blijvende degradatie van landschap en leefomgeving) en nemen zelfs toe. Dit omdat er in toenemende mate door het Rijk, de provincie en de samenleving gewicht wordt toegekend aan de kwaliteit van de leefomgeving.

 

Eenzijdige verdeling van voor-en nadelen

Naast de specificatie van de kosten, moeten deze ook worden afgewogen tegen het totaal van de investeringen, de opbrengsten van het totale proces van elektrische energieproductie, energievervoer en energieconsumptie. Het kan niet zo zijn dat Tennet en EZ het rendement eenzijdig naar de aandeelhouders en de (met name westerse) consument toerekenen en de milieu- en maatschappelijke kosten (de nadelen) eenzijdig in de ‘periferie’ in Noord Groningen afwenden. Dit gebeurt ook al bij de gaswinning.

 

Ondergronds kan goedkoper

Daarnaast zijn er voldoende aanwijzingen dat ondergrondse aanleg goedkoper realiseerbaar is dan Tennet en het ministerie van EZ doen geloven. De technieken ontwikkelen zich razendsnel en de tracés kunnen korter. Alvorens er besluiten worden genomen is het daarom noodzakelijk dat Tennet en het ministerie van EZ de kosten voor bovengronds en ondergronds gedegen naast elkaar op tafel leggen. Op basis van de meest recente kennis en ontwikkelingen.

 

Bodemaantasting ondergrondse versus bovengrondse aanleg

Tennet wekt de indruk dat ondergrondse aanleg veel meer bodemschade veroorzaakt dan de bovengrondse aanleg van een 380 kV verbinding. Bij ondergrondse aanleg zou de ondergrond over de volle breedte (50 m) op ongecontroleerde wijze overhoop worden gehaald. Hiervoor gebruikte TenneT bij de voorlichtingsavond in het kerkje van Klein Wetsinge de term “Van Starkenborghkanaal”. Alsof er een sleuf ter breedte en diepte van dit kanaal gegraven zou moeten worden. De werkelijkheid is echter anders. De breedte van de aan te leggen sleuf (kabelbed) is 14,5 m met een diepte van 1,5 m.

De werkmethode om deze aanleg te realiseren is volledig beheerst en verantwoord:

Stap 1: Er wordt een rijbaan aangelegd d.m.v. rijplaten of een zandbed.

Stap 2: De teelgrond (ca. 40 cm dik) wordt afgegraven en apart weggezet.

Stap 3: De rest van de sleuf (1.10 m diep) wordt uitgegraven en ook separaat weggezet.

Stap 4: De kabels worden gelegd.

Stap 5: De grond wordt in de omgekeerde volgorde weer teruggebracht.

Stap 6: De bovengrond wordt in de oorspronkelijke staat gebracht (cultiveren en inzaaien). Riolering wordt waar nodig hersteld of extra aangebracht.

Deze methode is ontwikkeld door Groningse aannemers, in samenwerking met boeren, o.a. bij de aanleg van aardgas-transportleidingen. Bij het passeren van kwetsbare stukken landschap kan de ‘open sleuf methode’ worden vervangen door een horizontaal gestuurde boring. Indien het gebied van bijzonder archeologische waarde is, wordt er òf gestuurd geboord, òf het aanlegproces wordt begeleid door archeologen. De totale werkbreedte van 40 m bij de open sleuf methode ontstaat door de optelsom van 14,5 m sleuf, 10 m werktracé en 15 m grondafzet. Het benodigde materieel heeft het karakter van boerenmaterieel, zoals graafmachines, trekkers, dumpers en haspelwagens.

Bij bovengrondse aanleg daarentegen zijn de gevolgen voor het werkgebied vele malen groter. Bij elke paal wordt een opstelplaats gerealiseerd van 2800 m² groot. Bovendien gaan de heipalen diep de grond in en blijven voor altijd achter. Voorts zijn forse toegangswegen nodig voor de aan- en afvoer van materieel en materialen. Hierbij moet gedacht worden aan rijdende betonmolens, zware vrachtwagens voor transport van betonnen of stalen heipalen en stalen buizen, heistellingen, zware en hoge hijskranen voor het opzetten van de stalen masten en graafkranen met kabelhaspels. Vanuit het oogpunt van bodemaantasting verdient ondergronds ook daarom veruit de voorkeur.

 

Regionale kansen

Er is in de provincie Groningen bij grondverzetbedrijven veel expertise met het aanleggen van gas- en pijpleidingen door de grond. De ondergrondse aanleg zou een gewenste impuls kunnen geven aan de werkgelegenheid in de regio.