Achtergrond

Hoeveel hoogspanningsmasten kan het meeden- en wierdenlandschap verdragen?

 

Hoogspanningsleiding tussen de Eemshaven en Vierverlaten

Sinds begin 2016 is de geplande Noord-west 380 KV-hoogspanningsleiding tussen de Eemshaven en Vierverlaten opnieuw breed in de publieke belangstelling. Vooral in de gemeenten Bedum en Winsum, maar ook in Zuidhorn. De aanleiding waren de presentaties van Tennet en het ministerie van Economische Zaken in de raden van deze gemeenten in januari en februari. In de afgelopen paar jaar had al ambtelijk en bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen de provincie, de betrokken gemeenten, TenneT en het ministerie van Economische Zaken. In januari 2016 ontdekten inwoners van Westerdijkshorn bij toeval (via een huis aan huisblad) dat de plannen voor wat betreft de hoogspanningsleiding tussen de Eemshaven en Vierverlaten in een ver gevorderd stadium waren. Zij waren verbijsterd en trokken aan de bel bij de betrokken gemeenteraden. De raadsleden van de gemeentes Bedum en Winsum bleken evenmin op de hoogte te zijn. De raadsleden en de bewoners uit het gebied waren sinds de Startnotitie van de MER-procedure in 2009 nauwelijks of niet meer geïnformeerd over de voortgang van het dossier. Al gauw bleek dat ook inwoners van Sauwerd en Wetsinge ongerust waren over de plannen in hun gebied. De gealarmeerde raden en de colleges van Bedum, Winsum en Zuidhorn hebben vervolgens in februari in een schriftelijke reactie op het Voorontwerp Rijksinpassingsplan bij het ministerie van EZ aangedrongen op diepgaander onderzoek naar ondergrondse verkabeling. In de eerste helft van maart heeft ook het college van Gedeputeerde Staten de ad hoc werkgroepen van Westerdijkshorn en Sauwerd/Wetsinge concreet toegezegd zich hiervoor actief in te gaan zetten. Dit om het landschap en de vogelkerngebieden van het Oude AE-Meedengebied en Middag Humsterland te ontzien van een grootschalige bovengrondse infrastructurele ingreep voor een periode van ca. 50 jaar.

Het hoofddoel van de werkgroepen vanuit de Buurtvereniging Westerdijkshorn en Dorpsbelangen Sauwerd/Wetsinge is het bepleiten van het ondergronds aanleggen van de geplande 380 kv leiding tussen Westerdijkshorn en het Reitdiep.

Overzichtskaart Tennet

Overzichtskaart / bron Quickscan Tennet 2015

Torentje Westerdijkshorn

Torentje Westerdijkshorn / Foto: Sanne Meijer

 

Energiemaatschappijen in Groningen en financieel gewin

Vanuit de financiële invalshoek volstaat te melden dat Tennet en EZ aan het transport van elektriciteit veel verdienen. Tennet maakte in 2014 418 miljoen euro winst en keerde in 116,5 miljoen euro uit aan EZ. Deze winst is groeiende en was in 2014 al 17 procent meer dan in 2013. In 2015 steeg de winst van 596 naar 704 miljoen. De staat kreeg van de staatsdeelneming een dividend van 196 miljoen, tegen 117 miljoen euro een jaar eerder. Energiemaatschappijen en het ministerie van EZ richten veel aan deze provincie. Het leeft breed onder bevolking dat hier voor de nationale en internationale energiemarkt gas en elektriciteit wordt gehaald, waarbij lokaal slechts de negatieve effecten worden afgewend. Een schrijnend voorbeeld van wat er gaat gebeuren: Tennet wil op steenworp afstand van een monumentale molen en een toplocatie van de Stichting Groninger Kerken in het karakteristieke dorpje Wetsinge twee enorme hoekmasten plaatsen (3 tot 4 m breed, 27 m. uiteen en ca. 60 m hoog). In deze objecten was net 1 miljoen euro aan maatschappelijk geld geïnvesteerd. Is dit niet het moment waarop de Groningers van het Ministerie van Economische Zaken een goed en maatschappelijk gedragen besluit mogen verwachten waarin naast financiële ook lokale leefbaarheidswaarden een rol spelen?

Groot_KleinWetsinge

Bron: RTV Noord

Gewijzigde technische, politieke en juridische mogelijkheden 2009-2016

Tot voor kort heerste bij gemeentelijke en provinciale bestuurders en de huidige werkgroepen vanuit de Buurtvereniging Westerdijkshorn en Dorpsbelangen Sauwerd/Wetsinge de indruk dat er weinig meer te kiezen viel. Door voortschrijdende inzichten en continue technische ontwikkelingen is echter duidelijk geworden dat het technisch realistisch is om één of meerdere deeltracés ondergronds aan te leggen. Uit de ‘Quick scan’ van een paar jaar geleden trok Tennet de conclusie dat het ondergronds aanleggen ‘met grote mate van zekerheid niet mogelijk’ zou zijn. Recent onderzoek heeft aangetoond dat de resultaten van eerder onderzoek moeten worden herzien. De laatste analyse – aldus Tennet - maakt duidelijk dat ondergronds aanleg mogelijk is voor kabels met een lengte van 10 en 20 kilometer. Het bedrijf adviseert, uitgaande van de ervaringen die men in de Randstad (Midden Delfland en Beverwijk) heeft opgedaan, maximaal 10 km 380 KV- kabel in het tracé tussen de Eemshaven en Vierverlaten toe te passen. De beslissingsbevoegdheid ligt echter bij het ministerie van EZ.

Tracekaart Tennet

Locaties waar verkabeling volgens Tennet meerwaarde biedt / Bron: Quickscan Tennet 2015

Niet alleen technisch en politiek, ook juridisch menen de leden van de werkgroepen voldoende steekhoudende argumenten te hebben om de MER-procedure aan te vechten. Op hoofdlijn gaat het hier om de deels verouderde en achterhaalde Startnotitie uit 2009 en de Richtlijnennotitie uit 2010. Destijds was bundelen van de oude 220 KV-verbinding  en de  nieuwe 380 KV-verbinding (2 verbindingen strak naast elkaar) nog reëel, omdat effecten van magnetische straling op nabije woningen nog grotendeels werden afgedaan als wetenschappelijk ongefundeerd. Tegenwoordig ligt dat anders: er is zelfs een uitkoopregeling voor mensen die in woningen onder hoogspanningsleidingen wonen. Ook was het combineren van 380 KV met 220 KV op een wintracksysteem technisch toen nog onzeker. Deze combinatie wordt tegenwoordig al op verschillende plekken toegepast. Ondergronds aanleggen van hoogspanningsleidingen werd destijds als onmogelijk gezien. Nu kan dit. In 2009 was er een dwingende reden van openbaar belang voor een verbinding van de Eemshaven tot aan Diemen. En ook de toepassing van dit zware juridische instrument op dit lange tracé is door de tijd ingehaald. De vraag is dan ook in hoeverre deze verouderde startnotitie en de richtlijnen van de MER nog van toepassing kunnen zijn met de huidige kennis en stand van zaken. De onderliggende kaders van 2009 en 2010 stroken niet meer met de uitgangspunten van de MER-regelgeving die ervan uitgaat dat de aangedragen alternatieven realistisch en in lijn met te realistisch te verwachten toekomstige ontwikkelingen moeten zijn. Tenslotte, bepaalde alternatieven zijn destijds niet onderzocht omdat ze met de kennis van toen niet realiseerbaar leken te zijn. Nu is het bijvoorbeeld mogelijk een deeltracé bovengronds aan te leggen globaal langs de Eemshavenweg (ook meer in lijn met SEV III-uitgangspunten) en een deeltracé ondergronds ter hoogte van Ellerhuizen richting Vierverlaten. De verbinding tussen de Eemshaven en Vierverlaten wordt op deze wijze een stuk korter en met beduidend minder impact op het oude Groninger landschap en de weidevogelkerngebieden.